Recensie: Een geschiedenis van christendom en slavernij

Recensie: Een geschiedenis van christendom en slavernij

Wie heeft nog geduld om te lezen? Is er nog een markt voor het trage maar informatieve genre van kerkgeschiedenis? Martijn Stoutjesdijks’ boek over de rol van de Bijbel, theologie en kerk in de slavernij neemt je mee langs bijbels-theologische grondlijnen en de bekende en minder bekende spelers in de kerkgeschiedenis.

Hoewel je de warme betrokkenheid van de auteur wel sporadisch in de korte inleidingen kunt voelen, blijft de stijl van het boek informatief, feitelijk en haast onderkoeld. Maar juist daardoor komt de inhoud harder binnen. Stoutjesdijk toont aan hoe de Bijbel slavernij als een gegeven accepteert en hooguit reguleert, nergens (!) direct bekritiseert.

Dat het bezit van slaven voor iemand als Abraham een onbekommerde gewoonte was, mag bij iedere Bijbellezende kerkganger bekend zijn. Maar dat ook Paulus en Jezus ons in de Bijbel maar weinig in handen geven om een pleidooi tegen slavernij op te bouwen, is een schok. Christus’ liefde mag zich volgens Paulus in zijn brief aan de Romeinen dan uitstrekken naar ieder mens, zowel vrije en slaaf, dat wil niet zeggen dat slavernij in een kwaad daglicht kwam te staan of uitgebannen werd. Integendeel.

Stoutjesdijk laat diverse manieren zien waarop de Bijbel hielp om de slavernij in stand te houden. Dat begint al met het gegeven dat slavernij de eerste christenen een metafoor bood om de gehoorzaamheid aan God uit te drukken. Het was van waarde een ‘slaaf van God’ te zijn. Er was weliswaar enig ongemak met de slavernij van medechristenen, broeders en zusters, maar de vroegkerkelijke theologie vond daar haar oplossingen voor. Een christenbroeder of -zuster kon Christus dienen en slaaf blijven. De geestelijke bekering was waar het om ging, een wereldlijke en fysieke vrijmaking was voor het zielenheil overbodig. Daarbij, in eeuwen waarin slavernij gewoon was en persoonlijke vrijheid überhaupt voor de meesten niet was weggelegd, was de vraag niet zozeer of je ‘vrij’ was, maar hoe barmhartig je meester was. De bijbelse gedachte dat slavernij een louterende straf was voor een zonde die jij (of jouw land van herkomst) had begaan, timmerde de theologische constructie waar slavernij op rustte dicht. De ware christen diende het lot dat God had toebedeeld gehoorzaam te dragen.

Het was van waarde ‘slaaf van God’ te zijn

Halverwege de negentiende eeuw werd slavernij in Nederland en de koloniën dan eindelijk verboden. De strijders tegen de slavernij, waaronder vele christenen, wonnen uiteindelijk het pleit. Maar dat was haast meer te danken aan het liberale Verlichtingsdenken, dan aan de bijbelse theologie. Pas toen waarden als vrijheid, gelijkheid en broederschap in de mode kwamen, ging het roer van de kerk om. Toen pas werd het bijbelse gebod van naastenliefde ook betrokken op de slaafgemaakten in de koloniën. Maar de bijbels-theologische fundamenten waarop de koloniale slavernij rustte liggen er nog. Ze bieden half ondergronds steun aan racisme en aan de slavernij in meer hedendaagse verschijningen.

Om te kunnen leren van theologische en kerkelijke fouten is een goed beeld van het kerkhistorische en theologische noodzakelijk. Dit boek biedt een boeiende en belangrijke inzage in de rol van de Bijbel en de kerk in de slavernij. Het werkt uiteraard ook toe naar belangrijke suggesties voor hoe we vanuit de kerk zo met het verleden om kunnen gaan dat we meer integer zijn in het heden.

Gods slaafgemaakten – Hoe het christendom slavernij verdedigde en veroordeelde, Martijn Stoutjesdijk, KokBoekencentrum Uitgevers, € 21.99

Tekst: Iris Speckmann
Beeld: Cover boek. Uitgeverij KokBoekencentrum