‘Het gaat over erkenning, rol, geschiedenis en waardigheid’… Filosoof Ivo Brughmans over paradoxaal denken en de kunst van polarisatie; Henk...
Samenwerking vindt plaats op allerlei plekken en op allerlei niveaus, ook tussen geloofsgemeenschappen. We spreken Roos en Margreet over samenwerking in de landelijke organisatie Wondervoel. Wondervoel is een gemeenschap die dertigers en veertigers verbindt. Het is ontstaan als initiatief vanuit remonstranten, doopsgezinden en vrijzinnigen.
Roos van Doorn (50) is voorganger bij de Vrijzinnigen Bennekom en zit in het bestuur van Vrijzinnigen Nederland. Daarnaast zit zij in de organisatie van Wondervoel. Net als Margreet Zandbergen (35); zij werkt op het landelijk bureau van de Remonstranten en is programmamaker bij de Remonstrantse gemeente Haarlem. Met hen beiden spreek ik over samenwerking in de oecumene: waar vind je verbinding en waar houd je stellig vast aan je principes?

Wat maakt jullie geloofsgemeenschappen helemaal jullie plek?
Margreet: ‘Het niet weten. Dit is mijn mantra, “ik weet het niet”, dat is zo’n krachtige zin. Het creëert ruimte, dat heb ik nodig in mijn geloofsbeleving. Ik ben blij met de samenwerking, want de jas zit soms wat klein voor mij bij alleen de Remonstranten. Zij hebben de neiging zaken met het hoofd aan te vliegen, ik wil wat vaker afdalen naar het hart en de handen. Juist in de samenwerking is daar plek voor.’
Roos: ‘Ik sta altijd met een been in een gemeenschap en een been op mezelf. Het is fijn om bij een club te horen van gelijkgestemden, maar ik ben meer dan alleen die groep. De grondgedachte van de Vrijzinnigen is dat het pad dat je bewandelt ten diepste je eigen pad is, dat kan niet vanuit een moeten. Ik heb altijd het beeld van een kampvuur. Overdag zijn we op weg op ons levenspad, ’s avonds komen we samen bij een kampvuurtje en vragen we: “Wat heb jij vandaag gezien en gedaan? Hoe heb je het gered tot hier? Heb je nog een tip voor een mooi pad?” Ook vertellen we verhalen die ons doorgegeven zijn, zoals uit de Bijbel of andere verteltradities. Dat je via die traditie in verband met de eeuwigheid staat en je bezig bent met dezelfde dingen als mensen eeuwen geleden, dat vind ik heel gaaf, heel verbindend.’
Jullie zitten allebei in het bestuur van Wondervoel, waar namens de doopsgezinden Esther van Hoeve in zit. Kunnen jullie iets vertellen over Wondervoel, voor wie het nog niet kennen?
Roos: ‘Het is ontstaan omdat we iets willen doen voor de dertigers en veertigers. Op veel plekken is deze leeftijdsgroep in een minderheid in de lokale gemeentes. Wondervoel richt zich op deze mensen, om ze op landelijk niveau te verbinden en waar mogelijk lokaal te ondersteunen.’
In de organisatie komen drie gemeenschappen samen met elk een eigen karakter. Hoe gaat het aan de vergadertafel?
Margreet: ‘In die overleggen zoeken we vooral gelijke grond en dat lukt goed. Dit komt doordat we vooral bezig zijn met activiteiten en acties, en niet te veel over specifieke woorden miesmuizen. Soms is dat overigens ook wel fijn, belangrijk om ons goed uit te drukken. Wat heel erg helpt is dat wíj niet het startpunt zijn, het gaat niet om onze ideeën. Het gaat om de wensen, pijnpunten, behoeften die ervaren worden door dertigers en veertigers.’

Roos: ‘In het begin, toen we ons mission statement aan het maken waren, was het even zoeken. De drie gemeenschappen hebben allemaal eigen taal voor hun eigen manier van vrijzinnig zijn. Maar het was duidelijk dat we wel echt een gedeeld ideaal hebben: zowel jongeren met als zonder kerkelijke achtergrond bereiken. Gezelligheid, verdieping, activisme en verstilling staan voorop. We zijn er om ontmoetingen te organiseren. Dat we dat vanuit ons eigen gedachtengoed doen, is prima, daarin hoeven we ook niet helemaal hetzelfde te worden. Maar dat komt later. We laten ons in eerste instantie kennen in hoe we dingen doen. Als mensen vervolgens willen weten: “Waar put je uit?”, dan is dat het moment om daarover te vertellen.’
Margreet: ‘Wondervoel is echt iets nieuws, we hoeven niet iets om te vormen waar je al aan gehecht bent. We kunnen een nieuwe vorm maken met elkaar.’
Zijn jullie persoonlijk soepel of stug?
Margreet: ‘Ik hou weinig vast aan principes of vormen, wel aan de essentie. Ik vergelijk dit met een testament. Er zijn daarin drie vragen: wat heb je te delen, wie kan er wat mee en mogen zij er vervolgens mee doen wat zij willen? Je wil natuurlijk niet je massief houten kast geven aan iemand die in een klein appartementje op drie hoog woont. Onze nalatenschap is onder andere stilte, bezinning, verdieping, omgaan met levensvragen, authenticiteit en bereidheid tot actie. Dat hebben wij in huis en daar zijn we eeuwen in geoefend, daar snakken nieuwe generaties naar. Maar het gaat dus ook om de laatste vraag: als ik een handgeschilderde vaas achterlaat en jij gooit hem kapot om er een mozaïek mee te maken? Is daarmee de essentie van de vaas verloren gegaan? Zijn wij bereid de vaas door te geven als iemand er zoiets anders mee doet? Ik heb een diepliggend vertrouwen dat wat er echt toe doet, blijft.’
Roos: ‘Een deel van mijn soepelheid ligt erin dat ik een doener ben. Dan moet je niet al te moeilijk op de details zitten, want dan gebeurt er niks. Choose your battles, houd voor ogen waar je het voor doet. Ik heb plezier in de creatieve uitdaging om beelden en woorden te zoeken waarin zowel mensen met een religieuze achtergrond als mensen zonder officiële religie zich kunnen herkennen. Tegelijkertijd ben ik in sommige dingen onverzettelijk. Wij hebben in onze ruimte een liturgische tafel, een doopvont en een lessenaar. Er stond een vaas met bloemen op de doopvont, dat vond ik opeens verschrikkelijk, het is geen bijzettafeltje! Dan voelt het alsof ik iets moet beschermen. Ik wil niet dat dat verloren gaat, iets van heiligheid.’
Dit artikel verscheen eerder in Mondig 2 van 2026
Meer weten over Wondervoel? Bezoek de website.
Tekst: Franka Riesmeijer
Beeld: Roos van Doorn, Margreet Zandbergen
‘Het gaat over erkenning, rol, geschiedenis en waardigheid’… Filosoof Ivo Brughmans over paradoxaal denken en de kunst van polarisatie; Henk...