Tot 24 mei 2026 is er in het Allard Pierson (Amsterdam) een tentoonstelling te zien die een kritische blik werpt op het Nederlandse slavernijverleden. De expositie kwam tot stand in samenwerking met het Nationaal Slavernijmuseum (in oprichting). Isabelle Best, conservator Surinamica van het Allard Pierson, vertelt over de insteek van de tentoonstelling en de diepere betekenis van de opvallende titel, Not my soul.
“Met deze tentoonstelling onderzoeken we welke verhalen we kunnen vertellen over het slavernijverleden, aan de hand van onze bestaande collectiestukken”, aldus Best. “Dat is bijzonder voor het Allard Pierson; we zijn van origine een archeologiemuseum dat is samengegaan met de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. We zijn nog volop bezig te kijken hoe we vanuit al die diverse collecties thema’s kunnen bepalen die we tentoonstellen. We hebben in het museum een permanente tentoonstelling, waar je vooral verhalen ziet over de Grieken en de Romeinen, de wereldrijken die zij hebben gevormd. Ik vond het – samen met collega-conservatoren – belangrijk, als we het hebben over die samenlevingen die voor een langere tijd werden gezien als de bakermat van de westerse beschaving, een zo eerlijk mogelijk verhaal te vertellen, hoe daarin een systeem van ontmenselijking werd ontwikkeld. En welke invloed dat heeft gehad, later in de Nederlandse koloniale tijd.”
Dat de kerk zo haar invloed had bij het goedpraten van racisme en landinname, dat weten veel mensen wel, maar dat de Romeinse tijd daar invloed op had, is denk ik nieuw voor velen.
Best: “Je leest in verschillende wetboeken en in discussies die in de koloniale tijd worden gevoerd, dat er wordt verwezen naar het Romeinse recht. Dit werd naar eigen belang ingezet voor de ontwikkeling en rechtvaardiging van een systeem van ontmenselijking dat eeuwenlang standhield.”

De tentoonstelling vertrekt vanuit de collecties van het Allard Pierson. De objecten zijn het uitgangspunt. Best: “We zetten de objecten in om verhalen te vertellen over hoe die systemen werden ontwikkeld. We willen laten zien hoe je op zoek kunt gaan naar sporen van tot slaaf gemaakten, juist in objecten die eigenlijk zijn gemaakt om hen te ontmenselijken en om hen onzichtbaar te maken.’
Ze legt uit: “Mensen werden binnen dat slavernijsysteem niet gezien als mensen, hè? Mensen werden doelbewust als object gedefinieerd in wetten en regels enzovoort, zodat de koloniale machthebbers met hen konden omgaan alsof het geen mensen waren. In de tentoonstelling zie je bijvoorbeeld dat er een kwitantie, een bonnetje ligt, waarop in een mooi en net achttiende-eeuws handschrift een persoon wordt doorverkocht aan een andere eigenaar. Ze vonden het net waardevol genoeg om te vermelden dat het een jong meisje was, met de naam Flora. Daarin zie je wel een heel klein spoortje van haar, namelijk haar naam. Maar verder is ze handelswaar, die verkocht wordt voor 140 gulden, van een eigenaar naar een andere.”
De titel Not my soul is intrigerend, kun je daar meer over zeggen?
Best: “Die is gebaseerd op een nummer van Rihannon Giddens, At the Purchaser’s Option: ‘you can take my body, you can take my blood, but not my soul’. Samen met gastconservator Peggy Brandon, (voormalig) kwartiermaker van het Nationaal Slavernijmuseum, vonden we het belangrijk om over te brengen: ondanks dat mensen zo hard hebben gewerkt om een systeem op te tuigen en in stand te houden dat de slavernij heeft mogelijk gemaakt, zien we hoe mensen vandaag in onze samenleving de creativiteit en de veerkracht en het verzet dragen van de mensen die toen tot slaaf zijn gemaakt. Dat geeft aan, dat wat je ook gebeurt: op een manier overleef je en hou je de kracht bij je om nieuwe dingen te creëren en verwantschap aan te gaan, genegenheid te tonen. Er is iets, iets met de ziel, dat je niet kunt pakken. Dat gaat niet verloren.”
Hoewel de objecten centraal staan, is er in de tentoonstelling daarom ook ruimte voor moderne kunst. Best: “We hebben met nazaten verdiepende video’s gemaakt, waarbij je ziet hoe de tradities die slaafgemaakten in die tijd in leven hebben gehouden vandaag de dag nog steeds léven in onze huidige samenleving. Dat is onze manier om te zeggen van: ‘je kan de stemmen van de personen teruggevonden in objecten niet teruggeven, je hebt heel weinig informatie. Maar de sporen zijn er. Wat in ieder geval echt is: dat ik hier met velen anderen vandaag zit als een nazaat. En dat wij dit werk doen en ons daarin op een bepaalde manier relateren tot de voorwerpen die in de tentoonstelling liggen. Daar geven we betekenis aan. Dus we hebben aan de ene kant gewerkt met nazaten van tot slaaf gemaakten die een verdiepende slag geven op objecten of thema’s in de tentoonstelling, maar we hebben ook geprobeerd hedendaagse kunstenaars uit te nodigen om te reflecteren, op archieven, op wat zij zien als het Nederlandse slavernijverleden, en op welke gevoelens dat bij hen oproept.”
Is er een object waar je die veerkracht van het menselijke het meeste terug ziet?
Best: “Misschien wil Peggy daar iets over zeggen…”
Peggy Brandon, de (voormalig) kwartiermaker van het Slavernijmuseum loopt op dat moment net het museumcafé binnen. Bedachtzaam zegt ze: “De moderne kunst is voor mij daarvan de beste weerslag. Dat wat er altijd was, ook voor de slavernij, is er nog in ons… En als ik dan moet kiezen waar je dat het meeste in terugziet in deze tentoonstelling, dan is dat voor mij Of Us, de korte film waarin je nazaten met elkaar ziet dansen. Je weet niets over hen, maar ze bewegen zich en verhouden zich in die dans tot elkaar. In alle onderdrukking vonden mensen wegen om lief te hebben, om zorgzaam te zijn, er voor elkaar te zijn en uiteindelijk is dat wat ons tot personen maakt. Dat zie je in die film goed terug.”
You can take my body
You can take my bones
You can take my blood
But not my soul
Rihannon Giddens, At the Purchaser’s Option
Tentoonstelling: Not my soul: over slavernij, wet en vrijheid, Allard Pierson, tot en met 24 mei 2026. Een recensie van de tentoonstelling is verschenen in Mondig 6.
Tekst: Iris Speckmann
Beeld: Liara Barussi – Of Us (2024)