‘Niet bang zijn voor debat’

‘Niet bang zijn voor debat’

In deze rubriek reflecteren twee theologen uit het dopers tiental op een actuele kwestie.

Alom maken we ons zorgen over de toenemende polarisatie in ons land. Zo ook een trouwe lezer van deze rubriek, die het Dopers tiental de vraag voorlegde: hoe moeten we omgaan met toenemende polarisatie in de gemeente? Geke van Vliet en Iris Speckmann reageren.

Polarisatie in doopsgezinde gemeenten? Is de gemeente niet juist een plek waar mensen even afstand nemen van debat en discussie over maatschappelijke problemen? “Nou, ik hoor steeds vaker van predikanten dat er in hun gemeenten wel degelijk sprake is van polarisatie”, vertelt Iris Speckmann, ADS-functionaris voor vrede en duurzaamheid. “Dat is ook niet zo gek, want discussies die in de wereld plaats vinden, zullen – al is het onderhuids – ook aanwezig zijn als mensen naar de kerk of een gespreksgroep komen.”

Het begrip polarisatie
Geke van Vliet, doopsgezind proponent en medewerker van het Doopsgezind Vredescentrum in Berlijn: “Tegenwoordig wordt polarisatie vaak neergezet als iets negatiefs, dat we moeten vermijden. Het alleen maar aanstippen van een bepaald onderwerp wordt soms al als polarisatie geframed. Maar polarisatie betekent oorspronkelijk dat er verschillende stemmen klinken en ook mogen zijn. Inhoudelijke polarisatie is dus op zichzelf geen probleem. Ik vind het juist goed om – ook in de gemeente – het debat te voeren over Gaza, over het klimaat, over asielzoekers. Sterker nog, als dat soort onderwerpen niet meer bespreekbaar zijn, wordt de gemeente een plek van gezellig samen koffie drinken. Terwijl het inhoudelijke debat juist vaak leidt tot de verandering die zo nodig is. Maar ik realiseer me dat ik spreek vanaf de zijlijn. Ik werk bij een vredescentrum, het is mijn taak inhoudelijke gesprekken aan te zwengelen.”

Inhoudelijk polarisatie is niet per se iets negatiefs

Speckmann hanteert een iets andere definitie. “Polarisatie betekent volgens mij dat tegenstellingen versterkt en uitvergroot worden, waarbij de bereidheid om nog te kijken naar wat we onderling delen verdwijnt. Daar maak ik me zorgen over. Die polarisatiedynamiek heeft tot gevolg dat mensen elkaar wegzetten in een bepaalde hoek en niet meer bereid zijn om te kijken naar wat ze gemeenschappelijk hebben.”

Tegenstellingen

Hoe kunnen mensen nog deel uitmaken van dezelfde gemeenschap als de tegenstellingen zo groot zijn? De methode geweldloos communiceren kan in zo’n situatie helpen. Die werkwijze, ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Marshall Rosenberg, heeft als uitgangspunt dat het altijd zinvol is om verbinding te zoeken met een ander, ook al kost je dat veel moeite. Speckmann geeft enkele voorbeelden van hoe geweldloze communicatie in de gemeente toegepast kan worden. “Formuleer met elkaar aan het begin van een gesprekskring de spelregels. Daarmee creëer je gezamenlijk draagvlak en voorkom je dat de toon zo onaangenaam wordt dat mensen afhaken. Toon oprechte belangstelling voor elkaar. Dus vraag bijvoorbeeld: vertel eens, ik ben nieuwsgierig, hoe zit dit voor jou? Vaak zitten er in een persoonlijk verhaal elementen die voor anderen herkenbaar zijn. Het helpt om die expliciet te benoemen. De angst voor grote aantallen immigranten heeft bijvoorbeeld vaak te maken met de behoefte aan veiligheid en een vertrouwde omgeving.”

Witte Roos
Soms helpt het niet meer om gespreksregels op te stellen of te luisteren naar elkaars persoonlijke verhaal. Speckmann: “Als de verschillen onoverbrugbaar lijken, kun je misschien niet anders dan concluderen: ‘We agree to disagree’. Maar daar zitten wat mij betreft wel grenzen aan. Als je een gemeentelid hoort betogen dat er helemaal geen sprake is van honger in Gaza, terwijl organisaties zoals de VN en Artsen zonder Grenzen rapporteren over hongersnood, dan kun je niet zeggen: ’O ja, denkt u er zo over. Nou, uw mening mag er ook zijn.’ Je kunt hoogstens nog vragen ‘Op welke bronnen baseert u dat eigenlijk?’ In het uiterste geval moet je misschien besluiten: we gaan niet meer praten, maar samen iets doen. Samen eten. Of zoeken naar iets anders wat woorden voorbij gaat. Ik herinner me een beeld uit Belarus of Wit-Rusland, van een demonstrant die een witte roos overhandigt aan tot de tanden toe bewapende staatspolitie. Dat beeld heeft zo’n symbolische waarde! Het straalt uit: ik blijf jou zien als mens.”

Van Vliet: “Bij let’s agree to disagree heb ik ook zo mijn bedenkingen. Niet alleen als mensen feitelijk onjuiste uitspraken doen, maar ook als het gaat om kwesties waarbij het bestaansrecht van mensen in het geding is. De Amerikaanse zwarte en homoseksuele auteur James Baldwin formuleerde het heel treffend: ‘We can disagree and still love each other, unless your disagreement is rooted in my oppression and denial of my humanity and right to exist’*. Ik geloof echt dat er voor ons allemaal een opdracht ligt om in verzet te komen als mensen uitgesloten worden. Net zoals Jezus deed. Als wij doopsgezinden streven naar het navolgen van Jezus, moeten we ook het lef tonen dat hij had. Dat betekent: het debat aangaan en niet bang zijn voor polarisatie. Ik zou wensen dat mensen meer durven, in plaats van uit angst voor wrijving de lieve vrede maar bewaren.”

* Vertaling: “We kunnen het met elkaar oneens zijn en nog steeds van elkaar houden, tenzij jouw mening is gebaseerd op onderdrukking en op het ontkennen van mijn menselijkheid en bestaansrecht.”

Tekst: Marleen Kieft
Beeld: Susan de Loor (beeldmerk)/Andrew Keymaster (foto)